
 'De laatste salto', novelle, auteur: August van Goethe (ps. van Guus Bauer), uitgever: Aspekt, Soesterberg 2006, 99 blz., € 16,95, ISBN 90 5911 373 x, www.uitgeverijaspekt.nl In zijn Voorwoord tot deze autobiografisch getinte roman gebruikt de schrijver zelf de term 'novelle' om zijn werkstuk te benoemen. In de kop van deze bespreking heb ik de aanduiding overgenomen, met enige twijfel, want voor een novelle herbergt 'De laatste salto' wel wat veel personages, is de tijdsduur te lang en de structuur van het geheel niet strak genoeg. De novelle behandelt slechts één onderwerp, Van Goethe (om het pseudoniem van Guus Bauer aan te houden) levert er minstens vier. Achtereenvolgens worden beschreven: de prille jeugd van de hoofdpersoon, August, onder de toeziende ogen van een wat bazige, maar lief-hebbende moeder en een vriendelijke, stille vader, die al vroeg aan darmkanker bezwijkt. Dan: de puberteit, grotendeels doorgebracht op een kostschool met licht tot zwaar verknipte paters als onderwijzend personeel en ouderejaars leerlingen die eveneens eigenaardige (met name sadistische) karaktertrekjes vertonen. Vervolgens: adolescentie; August ontwikkelt zich tot een drummer van enige allure, speelt met wisselend succes in diverse bandjes en leert het liefdesleven kennen.
|  |  Tenslotte: de volwassenheid; August neemt een baantje bij een klein uitgevershuis in een scheefgezakt pand in de hoofdstedelijke binnenstad. Zij gaven belegen vakbladen uit. Voor een van de bladen werd hij verantwoordelijk uitgever. Hij had geen idee wat dat precies inhield. Maar het had prima geklonken en bij de baan zat ook woonruimte. Dat kwam August meer dan goed uit. Via een krakerig wenteltrapje kon je de bovenliggende verdieping bereiken. Daar had August zijn bescheiden achterwoninkje. (pag. 82) - In zijn functie als uitgever neemt August een stagiaire aan, Monica, op wie hij op slag verliefd raakt. Zij heeft een zoontje, Dave, een schattig jongetje van twee jaar. Helaas sterft het kind op de vooravond van zijn derde verjaardag. Een typisch geval van de raadselachtige wiegendood. (pag. 91) Ik betwijfel of kleuters op die leeftijd nog aan wiegendood sterven, maar de gebeurtenis is voor August en Monica sterk traumatiserend. Het boekje haalt in kort bestek nogal het een en ander overhoop. Alleen: er zíjn al zoveel verhalen over kleuterjaren, kostscholen, musici, en stervende kinderen. En betere dan die Van Goethe te bieden heeft. Daarom is het misschien niet zo'n goed idee van hem geweest, om in het hierboven al genoemde Voorwoord te suggereren dat de passages over het kostschool-leven en de dood van het kind Dave zijn collega-schrijver Boudewijn Büch studiemateriaal hebben geleverd voor diens romans 'Het dolhuis' en 'De kleine blonde dood'. Een verge-lijking ligt allicht voor de hand en dan blijkt dat Büch stilistisch zowel als vertel-technisch met kop en schouders boven zijn collega (die vroeger ook zijn uitgever was) uitsteekt.
Agaath Vesseur
|