Deze website is mede mogelijk gemaakt door Glimworm IT
GERRIT KOMRIJ
"Vila pouca"
kroniek van een dorp (verhalen)
auteur : Gerrit Komrij (foto)
uitgever : De Bezige bij, Amsterdam
214 blz. , € 15,90
ISBN 978 90 234 2995 1
www.debezigebij.nl


De kerk stapelde met haar schraperige liefdadigheid de ene belediging op de andere. Rechters en apothekers en al wat tot die klasse behoorde: baronnen en excellenties. Ambtenaren gedroegen zich als arrogante vlerken. Er was geen verhaal mogelijk voor de vertrapten en vernederden, zoals de eeuwige sukkels zo mooi heten.
Nee, dit is geen passage uit een ingezonden brief in de desbetreffende rubriek van een Nederlands dagblad. Het citaat komt uit de hier te bespreken bundel vol bespiegelende verhalen (pag. 112) en slaat op Portugal in het algemeen; en in het bijzonder op het Portugese dorpje Vila Pouca da Beira waar de auteur van deze verhalen, Gerrit Komrij, de laatste twintig jaar zijn domicilie heeft en waarmee hij getuige zijn beschrijvingen sterk verweven is geraakt.

Vila Pouca heet mijn dorp, zo opent Komrij (pag. 5) het eerste van een stuk of vijfentwintig tamelijk op zichzelf staande, slechts losjes verbonden hoofdstukken. Als 'geringe nederzetting' zou je dat kunnen vertalen, als 'nietige samenklontering', als een 'gehucht van niets'. Niemandsdorp noem ik het zelf graag.
Maar er is van alles te beleven en het dorp heeft (zoals ieder ander dorp óók) zijn strikt eigen identiteit.
Kom voorzichtig dichterbij en je beseft dat er van alles verandert. Blijf er iets langer en je begint te ontdekken dat jouw matrone, jouw gek en jouw priester, de vaste ingrediënten van elk dorp, helemaal niet lijken op de matrone, de gek en de priester van al die dorpen verderop.
Maar:
Kom vooral dichterbij op kousenvoeten. Blijf achter een gordijn van gaas. Van lompheid schrikt een dorp. Lawaai laat het meteen weer lijken op elk ander dorp. (pag. 211)

Van alles te beleven.
Een bakker ziet zijn bedrijf verlopen door toedoen van een heksenmeester.
Twee lesbiennes uit de Achterhoek laten zich door een niet bijzonder bonafide makelaar een bouwval aansmeren, maar nemen wraak door diens internetadvertenties te verzieken.
Agripino en Silvano, twee hoogbejaarde heren, die beide de verliefdheidskolder in de kop krijgen vanwege de óók niet meer zo piepjonge Rosa (een en al golvend haar, kontwerk en boezemweelde - pag. 132), vechten het onafwendbare duel uit op de wandelstok.
Meneer pastoor, een neger uit Mozambique, draagt niet alleen missen op in Vila Pouca en omliggende dorpen, hij duikt ook - wát nou celibaat - met diverse vrouwelijke parochianen de koffer in.
Van de moord op Patricia wordt zo ongeveer iedereen verdacht, tot Komrij zelf aan toe, maar zoals dat in een goed detectiveverhaal hoort komt de dader uit een heel onverwachte hoek tevoorschijn.

't Zijn zo maar enkele van de uiteenlopende onderwerpen, die Komrij aanroert en waarover hij met verve en veel humor vertelt.

Jaap Reiding