 |  |
 |
 |
Elvis Peeters is een zeer veelzijdige literator en met de bundel Dichter blijkt hij nu ook nog een dichter te zijn. Maar het lijkt ook of hij zowel de lezer als zichzelf daarvan wil overtuigen met die titel als uitdagende statement, met het "Elvis Peeters / Dichter" van de voorkant als businesskaartje. En dan de achterflap, waarop geen wervende citaten maar een gedicht van Peeters, "Poëzie als woordbreuk", ook al een statement. Krachtig, sterk, duidelijk. En tegelijkertijd heeft het ook de uitstraling van twijfel.
Poëzie als woordbreuk
Ook poëzie ontkomt niet aan de wetten van de taal. Woorden worden belast met waarheid, zin voor zin geïnd. Inflatie van het denken eist strikte definities. Poëzie kan die niet schenken. Zij zoekt. Een uitweg uit het weten. Een geheime manier van vergeten. Het begrip, drager van betekenis vervalt. Te weinig bracht het op. Ook de hypothese van de grammatica zit in het slop. De lijnen waarlangs de woorden lopen, liggen voortaan open. Dicht is alleen de punt. De komma is een barst. Spreken een sleutel die knarst in ieder slot. Intuïtie is de maat van alle zingen.
Een mooi gedicht dat irriteert. De formulering, het beeld, de toon, die bevallen mij wel. Mooie verwoordingen als "Woorden worden belast/ met waarheid, zin voor zin" of "Dicht is alleen de punt./ De komma is een barst.", hoe ogenschijnlijk simpel en vanzelfsprekend ze ook mogen zijn. Maar waarom de waarheid zin voor zin "geïnd" wordt begrijp ik niet, evenmin als die "geheime manier van vergeten", dat mij slechts rijmen op "weten" lijkt te zijn.
De bundel roept geregeld het gevoel op van net niet begrijpen, van het eerste "Vriespunt" tot het laatste "Adem halen". Of misschien is het wel niet wíllen begrijpen, want ik wil geen "uitweg uit het weten" maar een aanvulling daarop. De wrevel die de gedichten soms oproepen, wordt versterkt door enige inconsistentie in het gebruik van leestekens, vooral bij het langere gedicht "Stemmen uit het westen" maar ook in enkele kortere gedichten. Of Peeters nog niet heeft besloten of hij de leestekens nu wel of niet of een beetje of toch wat anders wil gebruiken. Een bundel die mij niet grijpt, maar ook niet loslaat.
Paul van Leeuwenkamp
|
|
 |  |