Deze website is mede mogelijk gemaakt door Glimworm IT
LORD BYRON
"De omzwervingen van jonker Harold"
verhalend gedicht
oorspr. titel: 'Childe Harold's Pilgrimage'
auteur : Lord Byron (foto)
vertaling : Ike Cialona
uitgever : Athenaeum - Polak & Van Gennep, Amsterdam
328 blz. , € 44,95
ISBN 978 90 253 6397 0
www.uitgeverijathenaeum.nl


Oh, thou! In Hellas deem'd of heavenly birth,
Muse! Form'd or fabled at the minstrel's will!
Since shamed full oft by later lyres on earth,
Mine dares not call thee from thy sacred hill:
Yet there I've wander'd by thy vaunted rill:
Yes! Sigh'd o'er Delphi's long deserted shrine,
Where, save that feeble fountain, all is still;
Nor mote my shell awake the weary Nine
To grace so plain a tale - this lowly lay of mine.

Zo beginnen, met een ironische knipoog naar Homerus, de poëtisch getoonzette, in vier Canto's ingedeelde reisverslagen, die tussen 1812 en 1818 werden geboekstaafd door George Gordon Lord Byron (1788-1824) en waarin deze - onderweg door diverse landstreken - zijn eigen belevenissen en gevoelens in schilderachtige beelden wist vast te leggen.
Hieronder de door Ike Cialona verzorgde vertaling, die nauwelijks onderdoet voor het origineel:

O muze, goddelijke hemelbode,
Mythisch bezielster van het Griekse lied,
Te vaak ontheiligd in zovele oden
Van later dichters, ach, ik stoor u niet.
Al zag ik, in uw roemrijk berggebied,
Waar Delphi's heiligdommen ledig bleven,
De bron waaruit uw heilig water vliet,
U en uw zusters zijn te hoog verheven
Om aan dit aards gedicht hun zegen mee te geven.

Deze coupletvorm is de Spenseriaanse Stanza, voor het eerst geconstrueerd door de dichter Edmund Spenser (1552-1599), die hem gebruikte voor zijn allegorie 'The Faerie Queene'. Zo'n strofe bestaat uit acht versregels met elk vijf jamben, gevolgd door één zesvoetig jambische; het rijmschema is a-b-a-b-b-c-b-c-c. -- Na Spenser bleef de vorm lang ongebruikt; hij werd pas eeuwen later weer opgepakt door dichters als Keats, Shelley en Byron. Laatstgenoemde gebruikte hem voor zijn hier te bespreken episch gedicht 'Childe Harold's Pilgrimage'.

Harold, een adellijke jongeman van nou niet direct onbesproken gedrag, krijgt op een gegeven ogenblik genoeg van zijn losbandig leven. Voordat hij eenentwintig jaren telde, / Werd hij bevangen door verzadiging. / Hij walgde van zijn land, dat hem beknelde / Gelijk een kloostercel, daar eenzaamheid hem kwelde.
Harold, wiens identiteit tot op grote hoogte met die van Lord Byron samenvalt, is het prototype van de aan Weltschmerz (het Engelse spleen is in dit verband ook een bruikbare term) lijdende romanticus, die wordt gekweld door zijn ontevredenheid met het leven van alledag en de daaruit onstaande innerlijke onrust. Het avontuur, dat door verre reizen geboden wordt, kan de noodzakelijke afleiding teweegbrengen. Dus gaat Harold scheep en vertrekt naar exotische oorden, die stuk voor stuk uitvoerig en kleurrijk beschreven worden. - Een (willekeurig) voorbeeld: Strofe 62 uit Canto III. ( De dichter is via de Rijn op weg naar Zwitserland.)

De oever wijkt. Ik zie de Alpen rijzen
Met angstaanjagende sublimiteit,
De torens van natuurlijke paleizen;
En in hun zalen troont de Eeuwigheid
Die sneeuwlawines naar beneden smijt,
Als bliksems zo rampspoedig in hun val.
Al wat de geest verschrikt maar ook bevrijdt
Is hier verenigd in dit groots heelal;
De aard rijst hemelwaarts, maar laat ons in het dal.

(Wie de originele tekst wenst te zien - al was het maar ter vergelijking en om vast te stellen, hoe voortreffelijk ook hier weer de vertaling is gelukt - hoeft op Internet alleen maar de Engelse titel in te toetsen. De integrale Canto's zijn door Google opgenomen, mèt hun inleiding, waarin zij worden opgedragen Aan Ianthe, een uitermate bekoorlijk meisje, want, zo stelt de auteur, Jou te beschrijven lijkt een zinloos pogen.)

De eerste twee Canto's beschrijven Portugal, Spanje, Albanië en Griekenland. Portugal is vooral gekenmerkt door het contrast tussen schilderachtig verval en van rijkdom getuigende grandezza. Het bezoek aan Spanje leidt onder andere tot een schitterende beschrijving van een stierengevecht en tot bespiegelingen over vrijheid naar aanleiding van de Spaanse oorlog tegen Napoleon. In Albanië valt het door oosterse elementen bepaalde milieu op. De strijd van
De Grieken tegen de hen onderdrukkende Turken voert de schrijver tot een dramatische oproep tot hulpverlening aan Griekenland. -- (Byron - deze kanttekening bij wijze van biografisch-historisch toevoegsel - heeft later persoonlijk in die oorlog meegevochten en is zelfs voor de Griekse zaak gesneuveld.)

De derde Canto is gewijd aan de tweede reis van de dichter. Hij komt daarbij door België, bezoekt er Waterloo (een door de betrekkelijke nuchterheid van de hiermee verbonden beschouwingen nogal aangrijpende episode) en reist stroomopwaarts over de Rijn richting Genève. Hier ontmoet hij Shelley, onder wiens invloed Byrons natuurbeschrijvingen nog intenser lijken te worden.
Canto IV gaat over Italië. Het roemruchte verleden, de Cultuur - een en ander verbonden met gedachten over lot, toekomst, wezen van de mens in het algemeen. Ook hier vaak aangrijpende gedeelten. Ik kies couplet 58.

Boccaccio koos zijn dorpskerk. Eert men hem,
Als een der Groten, met verdiende praal
En menig zoet en plechtig requiem,
De man die schreef in hun sirenentaal,
Toscaans, als poëzie zo muzikaal?
Nee, want zijn graf, geschonden door zeloten,
Werd niet hersteld - een gruwelijk schandaal!
Hij mag niet rusten tussen dorpsgenoten:
Men heeft hem om zijn faam uit graf en kerk verstoten!

Behalve de eminente vertaling van Byrons epos over Jonker Harold bevat het prachtig uitgegeven boek (cassette, elegant lettertype voor de tekst, die dan ook nog eens rijkelijk geïllustreerd is met bekoorlijke gravures door William en Edward Finden, tijdgenoten van Byron - kortom: een waardig deel uit de Gouden Reeks van Uitgeverij Athenaeum) een door de vertaler toegevoegd, uitermate bruikbaar, wetenschappelijk terdege verantwoord Noten-apparaat, dat hier en daar minstens zo boeiend overkomt als de reiservaringen van Jonker Harold.
Ik vermeld het maar even voor de volledigheid.

Jaap Reiding