Deze website is mede mogelijk gemaakt door Glimworm IT
JOSEPH ROTH
"Joseph Roth in Berlijn
Een leesboek voor wandelaars"
columns
auteur : Joseph Roth (foto)
oorspronkelijke titel: 'Joseph Roth in Berlin.
Ein Lesebuch für Spaziergänger'
samensteller : Michael Bienert
vertaler : Wilfred Oranje
uitgever : Atlas, Amsterdam/Antwerpen
264 blz., € 24,90
ISBN 978 90 450 0627 7
www.uitgeverijatlas.nl


Er bestaat een spreekwoord dat luidt: Alle goede dingen bestaan uit drieën. In zijn algemeenheid lijkt het me onzin, maar voor de inhoud van dit met toepasselijke persfoto's verluchte 'leesboek' gaat het aardig op.
Het eerste 'goede ding' is het esssay dat Michael Bienert, samensteller van de bundel met journalistieke columns van de hand van Joseph Roth (1894-1939), wijdde aan leven, werk en tijd van deze Oostenrijkse auteur.
Voor lezers met ook maar een greintje belangstelling voor (vrij recente) geschiedenis is Bienerts bijdrage - om het eens in diens eigen taal te zeggen - ein gefundenes Fressen.
En anderen zullen waarschijnlijk kunnen genieten van zijn stijl.
Zij behoeven er niet eens uitgesproken wandelaars voor te zijn.
Het essay is ingedeeld in acht hoofdstukken, die met elkaar een overzichtelijk en gedetailleerd beeld schetsen van de periode waaraan de columns zijn ontleend (globaal genomen de eerste drie decennia van de vorige eeuw), Roths ideeën (o.a. over het toen opkomende nationaalsocialisme), zijn persoonlijkheid en werkwijze:

Als journalist leidde Roth een dubbelleven. Oppervlakkig gezien deed hij hetzelfde als de meeste van zijn collega's. Hij schreef over alle mogelijke onderwerpen, paste zich telkens aan het blad waarvoor hij schreef aan, gebruikte verschillende journalistieke vormen, wisselde voortdurend van perspectief en was dag in, dag uit aan het werk. Maar hij verloor er zich niet in. Steeds is voelbaar dat hij, uitgaande van een observatie, door te beschrijven tot verder reikende uitspraken tracht te komen over de essentie van wat hij observeert, over de sociale, politieke of filosofische dimensie ervan, over de tijdgeest die erin tot uitdrukking komt. (pag. 15/6)

De juistheid van het hierboven geciteerde wordt ruimschoots bewezen in (het volgende 'goede ding') de tweede afdeling van het boek: de kritische observaties van Roth zelf over Berlijn als zodanig met verkeer, architektuur, café's en hun bezoekers, over de bewoners van deze stad, de politiek met haar gevolgen - o.a. voor de joden. Buitengewoon navrant in dit verband is het laatste stuk dat in de bundel is opgenomen (pag. 227 e.v.),
Roths beschouwing 'Het autodafe van de geest', geschreven in Parijs. 1933.
In Duitsland was Roth (evenals zijn collega's, voorzover van joodse origine) toen allang tot persona non grata verklaard. - Ik citeer het begin:

Weinig waarnemers in de wereld lijken zich rekenschap te geven van de betekenis van de boekverbranding, de verdrijving van joodse schrijvers en alle andere waanzinnige pogingen van het Derde Rijk om de geest te vernietigen. De bloedige inbraak van de barbaren in de geperfectioneerde techniek, de verschrikkelijke stoet van gemechaniseerde orang-oetans, gewapend met handgranaten, met gifgassen, ammoniak en nitroglycerine, met gasmaskers en vliegtuigen, de opstand van de nakomelingen naar de geest (zo niet naar het bloed) van de Kimbren en Teutonen, dat alles betekent in veel sterkere mate dan de bedreigde en geterroriseerde wereld wil aannemen - men moet het erkennen en openlijk uitspreken - dat het geestelijke Europa capituleert. Het capituleert uit zwakheid, uit traagheid, uit onverschilligheid, uit onnadenkendheid (en het is een taak voor de toekomst om de redenen van deze schandelijke capitulatie nauwkeurig te doorgronden).

Joseph Roth hield niet van Berlijn, stelt Michael Bienert vast. Inderdaad kom je in Roths columns herhaaldelijk formuleringen tegen als: wrede stad (pag. 109), geen echte wereldstad (pag. 127), het belabberde verkeer (pag. 128), Deze stad, harteloos in haar haast en vaak op de rand van kitsch als ze gevoelig probeert te zijn (pag. 219), of : Kwaadaardigheid, naïviteit en egoïsme van haar gebieders, bouwers en beschermheren smeden de plannen, maken daarvan weer een chaos en voeren ze chaotisch uit
(pag. 151 - Het gehele artikel, waaraan dit korte citaat is ontleend, is de moeite van het lezen waard, omdat het zoveel reminiscenties wekt met onze eigen, huidige klachten over o.a. harde correctheid en onbetrouwbaar geknoei of het vormeloze gehakkel van dilettantische scribenten.
Er is waarachtig niets nieuws onder de zon!)

Toch kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat er achter deze vaak ongezouten kritiek een diep mededogen schuilt, met de triestheid, de zinloosheid, de absurditeit, die het leven in een wereldstad met zich meebrengt. Lees bijvoorbeeld 'Rit langs de huizen'.
Zijn regelmatige ritten met het stadsspoor voeren de schrijver naar aanleiding van de beelden die zich aan hem voordoen tot bespiegelingen over een kind, een blond meisje. Het zit voor het open raam en giet zand uit kleine speelgoedborden in een roestbruine stenen bloempot. Vijfhonderd van zulke stenen potten moet dat kind al hebben gevuld.
En: Geen seringenboom op een binnenplaats die niet zeult met drogend wasgoed. Dat maakt die binnenplaatsen zo triest: zelden een boom die alleen maar in bloei staat, geen ander doel heeft dan op regen en zon te wachten en beide met genot te ontvangen, en bloemschermen torst, blauwe en witte.

Het laatste 'goede ding' wordt gevormd door de Noten aan het slot. Een zeer bruikbaar gedeelte. Ik geef er een klein gedeelte van weer, dat slaat op het bovengenoemde
'Autodafe':

Kimbren en Teutonen: Germaanse volkeren, die in de tweede eeuw voor Christus de Romeinen verscheidene nederlagen toebrachten. - Joseph Goebbels (1897-1945), rijksminister voor Propaganda, was de voornaamste spreker bij de centraal georganiseerde boekverbranding in Berlijn op 10 mei 1933. - (pag. 254)

Nóg een 'goed ding', maar buiten mededinging omdat het in feite geen deel uitmaakt van de inhoud, is ongetwijfeld de vertaling door Wilfred Oranje. Eindelijk eens iemand die ('t is maar één detail ter illustratie) de Duitse term Feuilleton, een rubriek die deel uitmaakt van journalistieke bezigheden voor een krant, correct weergeeft met cultuurbijlage.

Jaap Reiding