 |  |
"Toegedekt met een liedje" gedichten auteur : Charles Ducal (foto) ps. voor Frans Dumontier uitgever : Atlas, Amsterdam 82 blz., € 16, 50 ISBN 978-90-450-1508-8 www.uitgeverijatlas.nl
|
 |
Het lijkt wel of ook gedichtenbundels steeds meer waar voor hun geld moeten geven en dat zij daardoor dikker en dikker worden. Ook "Toegedekt met een liedje", de netjes op A5-formaat uitgegeven laatste bundel van Charles Ducal, telt 82 bladzijden, 55 gedichten. De gedichten uit deze bundel komen als frivole pianostukjes over je heen; etudes, walsjes, preludes. Ze zijn helder en klinken aangenaam. Een verwijzing naar muzikaliteit is dan ook volkomen terecht en natuurlijk moeten het dan liedjes zijn, want gedichten bestaan nu eenmaal uit woorden. Door die muzikaliteit is het een prettige bundel die aangenaam weg leest op zonnige dagen of knus in de huiskamer bij een glas wijn. Met die prettige toon dekt het de leegte, de harde werkelijkheid van verval en teloorgang effectief af.
Na het openingsgedicht "Forchta in bivonga" volgen drie afdelingen in Romeinse cijfers. Afdeling I, met als citaat van William Blake "O Rose, thou art sick", bestaat uit drie subafdelingen, Niet uit de rib, Onder dit spreken en School der pornografie en legt het accent van deze bundel op seksualiteit, pornografie, alsof seks de leegte vult maar op zichzelf ook leeg en banaal is. "Dan weet ik dat ik in haar af moet dalen" (blz. 16), "Zij is een eetbare vrouw,/.... Niet mooier dan vlees/ dat geen woord wenst te worden,/ biedt zij haar kut en haar borsten/ en is zonder zonde, leeg//" (blz. 17). " Ik krijg haar niet vrij uit de steen." (blz. 20). "Niet uit de rib, maar uit het oog/ ontstaat het lichaam van de vrouw." (blz. 21). In deze afdeling keert de zoon van God terug en leert "ons verliefd te worden als een hond// op deze vrouw, dicht bij de grond." (blz 27). "En zoveel liefde waar ik in en uit gleed" (blz. 29). "Niet in staat uit zichzelf te verdwijnen,/ ..... de liefde te krijgen waarvoor men betaalt." (blz. 31), "in het uniform van het vlees,//" (blz. 34). "zich van de taal te onderscheiden/ als een god in 't diepste van zijn vlees.//" (blz. 37). Via www.brutalviolence.com naar www.openwide.com, al is die laatste URL niet wat deze wellicht ooit is geweest.
De tweede afdeling, zonder de nuance van subafdelingen, heeft een Bijbelcitaat als motto: "Mijn koninkrijk is niet van deze wereld." Tegen de leegte van de eerste afdeling kan de poëzie niet op, roept die eigenlijk slechts vertwijfeling op. "Zolang poëzie het gezicht bedekt/ kan men zijn opvoeding prijzen./ Eenmaal op straat trekt men wit weg./ De disgenoten verdwijnen/ De huizen zwijgen/ van dorst en gebrek."(blz 45). Of "als een volslagen gek// te moeten zingen." (blz. 46). "Het maakt onveschillig, dat is al." (blz. 47). "Maar de dichter gaat vrijuit." (blz. 50).
De derde afdeling begint met "Ik moet verliezen maar ik kan nog winnen" van Hans Andreus. Binnen deze lijst (de eerste subafdeling) van het Materiaal, van de frequently asked questions (FAQ I), de stadsdichter, het woordenboek; in het besef dat Adam, Jij, Tot de liefde, Seks allemaal Te dicht voor poëzie (de tweede subafdeling) zijn en dat alles eindigt in as, Zoveel as (de derde subafdeling). Het Liedje voor Johan vormt de Envoi (de vierde subafdeling) en lijkt toch de leegte van onze doden te willen afdekken, maar dat moet tegen beter weten in zijn, want het biedt geen tegenwicht aan het voorgaande. "Toegedekt met een liedje" is een bundel die met al het toedekken soms pijnlijk onthult, met een groot aantal gedichten die het citeren waard zijn.
Ik neem een gedicht uit de eerste afdeling, omdat de seks van dot com een grote rol speelt, een gedicht dat niet te uitgesproken is, omdat dan de nuancering van het einde tekort wordt gedaan. Het is dus eigenlijk geen typerend gedicht. Of juist wel?
GRÜSS GOTT
Achter dit scherm ligt het eenzaamste land. Wie erin stapt is van zichzelf ook verlaten. Op deze diepte is geen schaamte. Een mond kauwt op een maandverband.
Er heerst eenheid van roeping en ingewand. Een vrouw legt een big aan haar tepel. Peinzend drukt op een geslacht de verveling haar laars. Is deze jongen uw bloedverwant?
Wie in het scherm stapt hoeft niets te verzinnen. Een stok gaat naar binnen, maar maakt niks kapot. Het lichaam hangt ondersteboven. Grüss Gott! De verlossing kan met een kwinkslag beginnen.
Paul van Leeuwenkamp
|
|
 |  |